
Prof.dr. D.K.M. De Ruysscher
Oratie
Diversiteit als middel tot optimalisatie van de behandeling van longkanker
Mijnheer de Rector,
Geachte Decaan,
Lieve familie en vrienden,
Waarde collega’s,
Geachte toehoorders
Het vakgebied Respiratoire Oncologie
De titel van mijn leerstoel is “Respiratoire Oncologie” en dit vanuit de radiotherapie. Hoewel de leerstoel naast primaire longkanker, dit is een kwaadaardige tumor die in de long ontstaat, ook secundaire longkanker omvat (het gaat dan om metastasen of uitzaaiingen in de long van een tumor die elders in het lichaam begon zoals een darm- of borstkanker), zal mijn betoog vooral handelen over “primaire longkanker”.
Primaire longkanker komt heel erg veel voor. In een land als Nederland met ongeveer 16 miljoen inwoners, krijgen er jaarlijks ca. 11.000 mensen longkanker en sterven er 9.000 van. Dat is meer dan één Nederlander per uur die aan deze ziekte ten onder gaat. Dit geldt voor een ontwikkeld land, doch de evolutie in landen zoals China belooft weinig goeds. De meest recente gegevens van de World Health Organisation (WHO) uit 2002 tonen een sterfte in China tengevolge van longkanker van 24.7 per 100.000 inwoners, nu al zowat de helft van Nederland. Door de groeiende vergrijzing en de toename van rokers in ontwikkelingslanden wordt longkanker de belangrijkste doodsoorzaak wereldwijd. Ook in Nederland zal het absolute aantal patiënten met longkanker de komende decennia toenemen.
Omdat regelmatig roken niet alleen de kans op longkanker, doch ook op andere kwaadaardige tumoren en op hart- en bloedvatziekten sterk doet toenemen, is roken het enige legale product waaraan de helft van degenen die het regelmatig gebruiken zal overlijden.
Roken is een ernstige verslaving die nog wordt versterkt doordat de tabaksindustrie bewust chemicaliën toevoegt aan sigaretten om het verslavende effect ervan te vergroten. In dit opzicht is longkanker voor ca. 80 % een voorkombare ziekte. Het terugdringen van tabaksgebruik zou dan ook een prioriteit moeten zijn van alle overheden en van iedereen die écht begaan is met de volksgezondheid en met het welzijn van zijn medemens.
De realiteit is echter dat er straks weer patiënten met longkanker te behandelen zullen zijn. Aan het principe dat het onze taak is om ook patiënten die door hun levenswijze ziek werden te helpen, mag mijns inziens nooit getornd worden. Hierop uitzonderingen maken plaatst ons op een moreel hellend hypocriet vlak.
Het is een hellend vlak omdat het onduidelijk is waar de zorgbeperking of verhoging van de kosten ervoor zal eindigen. De meeste verkeersongevallen immers ook voorkombaar: zullen we de schuldigen niet behandelen? Als er per ongeluk een huisbrand ontstaat door een kortsluiting in de frietketel, zullen we dan niets meer vergoeden want frieten eten dient echt aan banden gelegd te worden? Zullen we de minister en de CEO niet meer helpen wanneer ze hypertensie of een hartinfarct krijgen omdat ze dat aan hun hectische levenswijze te danken hebben?
Het is hypocriet om enerzijds wel BTW en accijnzen te innen op tabak en anderzijds deze consument, die overigens minder aan pensioen kost dan zijn gezonde medeburger, later zorg te willen ontzeggen.
Optimale zorg moet aan ál onze patiënten worden aangeboden.
» Volledige tekst (PDF)








